Na afloop van de plechtigheid in de aula, gaat de kist naar de ovenruimte. De aanwezige bloemstukken worden -al naar gelang de wens van de nabestaanden- naar de bloemenheuvel of een andere speciale plek op het terrein van het crematorium gebracht.

Meestal gebeurt dat direct na de plechtigheid, zodat familie en belangstellenden deze nog eens rustig kunnen bekijken. Ook is het mogelijk de bloemen mee te nemen of te laten vernietigen. De nabestaanden krijgen meestal de kaarten en linten na de plechtigheid door de uitvaartverzorger aangeboden, soms met een klein boeketje gemaakt van bloemen uit de bloemstukken.

5. 1 De uitvaartkist of opbaarplank

  • Beslag:
    De voorkeur voor kistbeslag gaat uit naar kistbeslag van hout. Als een ander kistbeslag wordt gebruikt dan wordt dit verwijderd door het crematorium. Kistbeslag dat alleen via de binnenkant van de kist kan worden verwijderd dient door de uitvaartleider/-verzorger zelf te worden verwijderd. De medewerkers van het crematorium openen in principe geen kisten.
  • Afmetingen van de kist:
    Breedte: 85 cm, hoogte 74 cm en lengte: 220 tot 240 cm. (vraag altijd bij het desbetreffende crematorium voor de eventuele maximale maten, er zijn crematoria waar grotere matengecremeerd kunnen worden) Alle afmetingen zijn inclusief handvatten, deksel en beslag.
  • Gewicht:
    Het maximale toegestane gewicht van de kist met de overledene is 150 kg.
    Is het totale gewicht boven 150 kg dan moet eerst overlegd worden met het crematorium.
  • Opbaarplank:
    Crematie zonder kist: de mogelijkheid bestaat om een overledene op een opbaarplank met een opstaande rand van minimaal 10 tot 20 cm te cremeren. In dit geval mogen geen lichaamsdelen zichtbaar zijn. Voor de feitelijke crematie dient soms gebruik te worden gemaakt van een speciaal voor de opbaarplank gemaakt deksel. Vraag altijd bij een crematorium -bij het gebruik van een opbaarplank- over de daar gelden voorwaarden voor een opbaarplank.

5. 2 Controle

Bij de kist moeten de volgende documenten aanwezig zijn:

  • het "verlof tot verbranding"
  • een apart document met de naam van de overledene en
  • de kist-verklaring.
    Bij aankomst van de kist in het crematorium wordt de kistverklaring afgegeven door de uitvaartverzorger. Hierop staat het kistregistratienummer. Dit nummer moet weer overeenkomen met het nummer van de sticker op de kist zelf.

Bij controle van deze documenten moeten de namen overeenkomen en het nummer op het document en op de kist identiek zijn. Mocht één van deze documenten ontbreken of niet overeenkomen, dan wordt er niet gecremeerd: de wet verbiedt dat uitdrukkelijk.

5. 3 Het vuurvaste identificatiesteentje

Naast de bovengenoemde documenten, heeft het crematorium een eigen controle, namelijk een vuurvast identificatiesteentje met daarop een uniek nummer.
Dit is het 'crematie identificatie-nummer' van het crematorium. Het vuurvaste steentje blijft bij de as en wordt pas verwijderd als er tot verstrooiing wordt overgegaan.

Als laatste worden -ter dubbele controle en archivering- de naam van de overledene, de datum van overlijden, het registratie/ documentnummer, het nummer van het identificatiesteentje en de tijd van invoer c.q. ruiming genoteerd. Deze gegevens worden voorzien van de handtekening van de crematoriummedewerker, die dienst heeft bij de crematieovens.

5. 4 Registratie en identificatie

Bij een crematie of begrafenis wordt het nummer van de sticker in een register en/of archief opgenomen. In dit register wordt naast het nummer (eigen nummer bij veel crematoria) ook de naam en de geboorte- en overlijdensdatum van de overledene vermeld.  

Opmerking
In veel crematoria in Nederland wordt naast het vuurvaste identiteitssteentje dat meegeleverd wordt in de uitvaartkist ook een eigen identificatiesteentje gebruikt. Dat gebeurt wanneer de kist in de crematieoven wordt ingevoerd. Ook dit eigen vuurvast identiteitssteentje heeft een nummer.

Dit steentje wordt bewaard in de asbus ter identificatie van de as. Het eerder vermelde meegeleverde steentje in de kist wordt verwijderd uit de as.